Kinderverhalen deel 4: De Eerste Schooldag

Kinderverhalen deel 4: De Eerste Schooldag

`We willen nog niet weg!’ Roept Lisa.
Gaan we volgend jaar weer, naar het grote huis?’ Vaagt Lea.
De vakantie is voorbij.
We moeten echt naar huis.’ Zegt pappie verdrietig.
` Jammer hoor!’ Zegt mammie en ze moet bijna huilen.
` Het was ook zo gezellig!’
` Daag, daag.’ Ze zwaaien en roepen naar alle ooms, tantes, nichtjes en neefjes die ook naar huis moeten.

`Volgende week moeten jullie weer naar school,’ zegt pappie.

` Ik ga naar groep drie,’ zegt Lisa trots, `en als ik dan s ‘middags thuis kom kan ik al lezen.

En we krijgen zwemles, maar ik kan al zwemmen.’

` Ik kan ook zwemmen,’ roept Lea.

`Ik ben ook groot want ik ga naar groep twee.’

 

Op maandag is het zover.

De eerste dag van het schooljaar.

` Haal je fiets maar uit de schuur,’ zegt mammie, dan gaan we naar school.’

Parmantig loopt Lisa met haar nieuwe schooltas op haar rug naar de schuur.

` Mag ik ook fietsen?, Vraagt Lea. `

` Jij mag ook zelf fietsen,’ zegt mammie.

Daar gaan ze.

Met zijn drieën op het fietspad.

Lisa vindt het spannend, nu ze naar groep drie gaat.

Ze fietst dicht naast mammie.

` Gaat het goed?’ Roept mammie naar Lea, die achter haar fietst.

Lea zegt niets.

Mammie kijkt achterom.

Lea is weg!

Waar is Lea?

Lisa en mammie kijken zoekend om zich heen.

` Daar! … Daar, fiets Lea,’ roept Lisa.

Ja hoor, daar rijd Lea, aan de overkant van de weg.

 

` Je hoeft niet mee naar binnen, hoor mam,’ zegt Lisa als ze bij school zijn.

`Daag, Lisa, daag, tot vanmiddag.’ Roept mammie.

In de kleuterklas rent Lea naar de kring met stoeltjes.

` Welke stoel is voor mij?’ Vraagt ze aan juffie.

Juf wijst haar stoel aan, Lea roept: `Mammie kijk eens! Ik heb een dolfijn op mijn stoel.’

Lea zwaait naar mammie. ` Daag, tot vanmiddag.’

 

De kinderen van groep drie krijgen zwemles.

` Alle kinderen met een zwemdiploma, komen bij het diepe staan,’ roept badmeester Bob.

Lisa kan wel zwemmen maar heeft geen diploma.

Toch gaat ze netjes in de rij staan.

`Als je kunt duiken, mag je in het water duiken.

Kun je dat niet, dan spring je er gewoon in,’ roept badmeester Bob.

`Jij hebt niet eens een zwem diploma!’ Roept Carmen opeens tegen Lisa.

` Maar ik kan wel duiken!’ Zegt Lisa.

` We doen gewoon een kurkje en zwembandjes om,’ zegt badmeester Bob.

Dat vindt Lisa helemaal niet leuk maar ze gaat toch duiken.

`Plop…Plop… Ik kan niet duiken met al die kurken om,’ zegt ze tegen badmeester Bob.

` Ik lijk wel een drijvende eend,’ zegt Lisa een beetje boos.

Badmeester Bob geeft haar een plankje.

` Laat maar eens zien hoe goed je kunt zwemmen,’ zegt hij.

Dat wil Lisa wel.

Dan kan badmeester Bob zien dat ze die kurken en zwembandjes helemaal niet nodig heeft.

 

Ondertussen is het feest in de kleuterklas.

Pim is jarig en gaat trakteren

` Wie wil Pim helpen,’ vraagt juf.

`Ik, ik,’ roepen ze allemaal.

`Pim, jij mag zeggen wie gaat helpen,’ zegt juf.

` Lea,’ roept Pim.

Pim en Lea zijn vrienden, samen maken ze grote tunnels in de zandbak.

` kijk eens wat ik ga trakteren, zegt Pim.

`Bananenpoppen! Ik heb overal gezichtjes op getekend.’

` Oh, wat mooi!’ Zegt Lisa.

Trots delen Pim en Lea de bananenpoppen uit,

Pim mag een cadeautje uitzoeken.

Hij kiest een zweef vliegtuigje.

 

Buiten bij het school hek staan de pappa`s en mamma`s alweer te wachten.

De eerste schooldag is voorbij.

Daar gaan ze.

Met z’n drieën.

Op het fietspad.

Lea moet naast mammie fietsen.

` Kun je nu lezen?’ Vraagt Lea aan Lisa.

` Een heel klein beetje,’ zegt Lisa.

` Er is thuis een verrassing,’ zegt mammie.

`Wat voor verrassing?’ Roepen Lisa en Lea.

` Dat zien jullie als we thuis zijn,’ zegt mammie.

En aan jullie vertel ik de volgende keer wat de verrassing is.

 

 

 

KNUTSELTIP:

Knutselen woensdagmiddag 

 

Veel kinderen vinden het leuk lekker te kneden, knijpen en kleien.

Menig keer zijn mijn kinderen met brooddeeg in de weer geweest.

Kransen, dobbelstenen, maskers, mandjes, bakjes, poppetjes, pannekoeken, enz.

kwamen er uit tevoorschijn.


Recept brooddeeg (zoutdeeg):
Het brooddeeg is simpel te maken.
 

Ingrediënten:

  1. 400 gram meel
  2. 200 gram zout
  3. 3 eetlepels olie
  4. ½ liter water
     

Roeren, kneden of in de broodmachine laten kneden.
Je kunt eventueel vorkjes, vormpjes, knoflookpers, deegrol enz. gebruiken.
Is het werkstukje klaar, 1 a 2 uur in de oven op 160 graden.
Als het werkstukje hol klinkt is het gaar/hard.
Verven met plakkaatverf.
 

Knutsel groetjes, 

Anneke Polderman (mama van 8 kids) 





 

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Deze gegevens graag invullen