Veilig slapen tips

Bestel voor 12:45 uur op maandag tot zaterdag en ontvang jouw bestelling dezelfde dag nog tussen 18.00 en 22.00 uur

De volgende adviezen kunnen helpen bij de preventie van wiegendood en een baby veilig te laten slapen.

Leg een baby altijd op de rug te slapen
Dit is de veiligste slaaphouding. De baby ligt zo met het gezichtje vrij. Leg een baby vanaf de geboorte altijd in rugligging te slapen. Draai een baby bij eventuele secundaire buikligging weer op de rug. Als een baby zichzelf vlot om en om kan draaien, kan de baby zelf zijn slaaphouding bepalen.

Gebruik de eerste twee jaar een babyslaapzak of een deken met lakentje.
Kinderen die jonger dan 2 jaar zijn slapen het veiligst in een babyslaapzak of onder een deken met een lakentje.

De pluspunten van een babyslaapzak zijn:

  • Een kind kan niet met zijn hoofdje onder het beddengoed terecht komen.
  • Jonge baby’s rollen minder gemakkelijk om van de rug naar de buik.
  • Een kind zich niet bloot kan woelen.
  • Een kind kan moeilijker uit bed klimmen.

Slaapt een baby zonder slaapzakje, maak het dekentje en lakentje stevig en kort - voetjes tegen het voeteneinde - op.

Gebruik de eerste twee jaar geen dekbed
Een dekbed kan veel te warm zijn voor een baby. En het kind kan zich gemakkelijk onder of in het losliggend beddengoed wurmen. Dit kan de ademhaling belemmeren. Een deken in een dekbedhoes kan wel, maar dan moet de deken even groot zijn als de hoes. De dekbedhoes moet groot genoeg zijn, zodat deze aan de onder- en zijkanten minimaal 10 cm onder het matras ingestopt kan worden. De hoes moet goed sluiten. Maak net als bij gebruik van een dekentje en lakentje het bedje kort op - voetjes tegen het voeteneinde.

Leg een baby te slapen in een wieg of kinderledikant
Dit is de veiligste slaapplek. Zet het bedje het eerste halfjaar zo dicht mogelijk bij het ouderlijk bed. Houd ook overdag enig toezicht tijdens het slapen. Samen met een kind in één bed slapen, is zeker in de eerste vier maanden een risicofactor voor wiegendood. Het kind kan het te warm krijgen door het dekbed, tussen matrassen bekneld raken, uit bed vallen of met zijn gezichtje tegen kussens aandrukken. Bovendien kan een slapende ouder op het kind rollen. Het risico neemt toe als ouders roken, hebben gedronken, medicijnen of drugs hebben gebruikt, erg vermoeid of gestrest zijn of overgewicht hebben.

Leg een kind niet vast in bed
Een kind kan zich vastdraaien. Gebruik een babyslaapzak. Dit maakt het moeilijker voor een kind om zich op de buik te draaien. En het houdt een kind lekker warm. Probeert een kind uit het ledikant te klimmen, dan kunnen de spijlen eruit gehaald worden of men kan een laag kinderbed aanschaffen. Een zachte ondergrond wordt geadviseerd voor het geval een kind uit bed valt.

Kleed een baby niet te warm
Let op de combinatie kleding, beddengoed en kamertemperatuur. Een baby heeft het warm genoeg als zijn voeten of nek aangenaam aanvoelen. Zorg dat de temperatuur van de babykamer tussen 16°C -18°C is. Zet een baby na de eerste dagen geen mutsje meer op in bed; een baby reguleert zijn temperatuur met het hoofd. Daarom moet het hoofd onbedekt blijven.
Dek een kind bij koorts minder warm toe dan gewoonlijk. Als een kind transpireert, heeft hij het al erg warm. Dek een kind dan minder warm toe of verlaag de temperatuur in de kamer.
In de warme zomermaanden is deze temperatuur vaak niet te realiseren en zal wat hoger liggen. Dit is helemaal niet erg, houdt hier echter wel rekening mee, bij het aankleden en het toedekken van een kind. VeiligheidNL heeft geen gezondheidsinformatie ten aanzien van de airconditioning.
 

Zorg voor goede ventilatie in de kinderkamer
Frisse lucht is belangrijk. Zet regelmatig even een raam open op de kinderkamer.
 

Houd een baby vrij van rook
Dit geldt niet alleen in huis, maar ook onderweg (in de auto) of als men ergens anders op bezoek is. Ventileer regelmatig de kamer waar een kind slaapt, ook als men niet rookt.
 

Zorg voor een veilig bed
Gebruik een wieg of bedje, waarvan de zijwanden ventilerend zijn. De spijlafstand moet tussen de 4,5 en 6,5 cm zijn. Kies een stevig en goed passend matras. Te zacht beddengoed zoals hoofdbeschermer, kussen, kussenachtige knuffels en stabilisatiekussens kan de ademhaling belemmeren. Gebruik liever geen zeiltje of matrashoes met een ondoordringbare laag. Wilt je dit toch, leg het dan niet onder het hoofdje van je kind.
 

Gebruik geen geneesmiddelen met slaapverwekkende bijwerking
Behalve als de huisarts dit voorschrijft. Dit geldt ook voor de moeder zo lang zij borstvoeding geeft. Dit geldt ook voor hoestdrankjes.
 

Verstoor zo min mogelijk rust en regelmaat
Stel een baby niet onnodig bloot aan vermoeienissen en stress. Dit verstoort het slaapritme van een baby.
 

Geef je baby borstvoeding en gebruik een fopspeen
Er zijn aanwijzingen dat borstvoeding het risico op wiegendood verlaagt. Dit geldt ook voor een fopspeen. Krijgt een kind borstvoeding, gebruik dan alleen een fopspeen als de borstvoeding goed op gang is gekomen. Bij flesvoeding kan wel meteen een fopspeen gegeven worden.

 

Meer informatie

Zie voor meer informatie over veilig slapen opvoeden.nl/veiligslapen en de site van het Nederlands Centrum Jeigdgezondheid.
De JGZ-Richtlijn Preventie Wiegendood, met bijbehorende praktijkgerichte samenvatting en overzichtskaart zijn te downloaden op www.NCJ.nl.